 |
|
Persbericht
Tweedehands bellen in Afrika ReCell recycelt oude mobieltjes
Mobieltjes zijn trendy. De modellen volgen elkaar vliegensvlug
op. Het nadeel is een groeiende afvalstroom van telefoontoestelletjes.
Maar het bedrijf Recell ziet daar juist brood in.
Bijna iedereen heeft tegenwoordig een mobieltje. En dan het liefst een van de
nieuwste modellen. Want je telefoon verraadt hoe modern je bent. Nokia
alleen al brengt volgend jaar 23 nieuwe modellen op de markt. Vooral jongeren
willen het nieuwste van het nieuwste hebben. Maar dat heeft een nadeel:
gsm's worden sneller afgeschreven. Er groeit een enorme afvalberg van
mobiele telefoons. In Nederland liggen meer dan 5 miljoen oude mobieltjes
in de kast. Waar gaan die allemaal naartoe?
Bijvoorbeeld naar Henny van Dort, oprichter van ReCell. Een bedrijf dat
mobieltjes inzamelt en hergebruikt. Toestellen die het niet meer doen,
worden op een mileuvriendelijke manier verwerkt. Mobieltjes die nog wel
werken, worden verkocht aan ontwikkelingslanden. ReCell helpt dus de afvalstroom
indammen. De formule blijkt goud. "We zijn amper twee jaar oud en
nu al winstgevend", zegt Van Dort.
In totaal werken er zeventien mensen bij het bedrijf. In het pand in Bergschenhoek
liggen bergen zilveren Nokiaatjes, blauwe Ericsson's en kanariegele Hi-toestelletjes
op tafel. Zo goed als nieuw. Maar als je beter kijkt zie je dat sommige
gsm's barstjes hebben. Of dat het toetsenbord beschadigd is.
Elke ochtend komen de mobieltjes in grote zakken binnen, gemiddeld 20.000
per maand. 90 Procent van de mobieltjes komt van consumenten, 10 procent
van het bedrijfsleven. Acht medewerkers, het merendeel scholieren en studenten,
sorteren de mobieltjes op merk en model. Beschadigde toestellen komen
in de ene, werkende toestellen in de andere bak. Van de toestellen die
ReCell binnen krijgt, is zo'n 30 tot 40 procent bruikbaar.
De kapotte mobieltjes gaan naar Eindhoven, waar het verwerkingsbedrijf
Mirec ze op een milieuvriendelijke manier vernietigt. Plastic, aluminium
en meraal worden van elkaar gescheiden en fijngemalen. "Wat bruikbaar
is, wordt verkocht aan de industrie. De rest verdwijnt in de smeltoven",
vertelt Van Dort. Als mobieltjes in het gewone afval terecht komen en
naar de verbrandingsoven gaan, komen er allerlei giftige stoffen vrij.
Dat wordt nu voorkomen. Lege batterijen stuurt ReCell naar de Stichting
Batterijen (Stibat), die de batterijen recyclet.
Het verkochte materiaal levert geld op."Hoeveel dat is, hangt afvan
de grondstofprijzen. Maar het is kostendekkend." Met de opbrengst
betaalt Van Dort de kosten die het verwerken van de mobiele telefoons
met zich meebrengt. "Op het verwerkingsproces draaien we break-even."
Tweede leven
Van Dort zorgt ervoor dat kapotte mobieltjes milieuvriendelijk worden
verwerkt, maar hij is absoluut geen geitenwollen-sokken-ondernemer. Hij
moet gewoon geld verdienen. Dat doet hij op de mobieltjes die nog wel
werken. Die verkoopt hij aan ontwikkelingslanden. De toestellen die bestemd
zijn voor de verkoop worden unlocked oftewel ontgrendeld, zodat er in
het buitenland een andere sim-kaart in kan. Ze werken daar ook op andere
aanbieders en op pre-paid kaarten.
ReCell verkoopt de toestellen in Zuid-Amerika en Afrika aan lokale netwerken
en retailers, die de toestellen aan consumenten verkopen. "Dit jaar
sturen we zo'n 200.000 toestellen naar ontwikkelingslanden. In 2004 wil
ik er meer dan een half miljoen verkopen." Hoeveel hij daarmee verdient,
wil hij niet kwijt. "Dat zijn commerciele gegevens waarover ik geen
mededelingen doe." Ook over de landen waarmee hij zaken doet wil
hij niet veel vertellen. Hij noemt Somalië als voorbeeld, maar dan
houdt het ook op.
Blijkbaar is het een lucratieve markt. ReCell kan er alle kosten van inzamelen
en recyclenvan betalen. "Mensen in Afrika en Zuid-Amerika zijn niet,
zoals hier, geinteresseerd in een trendy toestel. Ze willen gewoon communiceren.
De vaste telefonie is daar voorbijgestreefd door de mobiele telefonie.
Het aanleggen van een vast netwerk brengt grote investeringen met zich
mee: je moet graven, kabels aanleggen. In ontwikkelingslanden is daar
geen geld voor. Het is goedkoper een zendmast voor de mobiele telefonie
te plaatsen."
Hij zal nog heel lang zaken kunnen doen, verwacht hij. "Er wonen
in die landen een paar honderd miljoen mensen. Dus de markt is heel groot."
En wat gebeurt daar met de mobieltjes die het niet meer doen? "We
hebben met onze afnemers in die landen ook een inzamelsysteem opgezet.
Zij moeten ervoor zorgen dat oude mobieltjes weer terug komen, en ook
bij ons terechtkomen. Wij zorgen er voor dat die dan op een milieuvriendelijke
manier worden verwerkt."
Europese richtlijn
ReCell helpt de afvalberg verminderen en verdient daar ook geld mee. Het
bedrijf speelt daarmee slim in op milieuontwikkelingen. In 2004 wordt
de Europese Richtlijn WEEE (Waste Electrical and Electronical Equipment)
van kracht. Deze richtlijn van de Europese Commissie bepaalt dat in 2008
minimaal 80 procent van alle elektronische apparaten (waaronder mobiele
telefoons) gerecycled moet worden. De commissie wil zo ondermeer voorkomen
dat er giftige stoffen en zware metalen in het milieu terechtkomen.
Deze richtlijn brengt hogere kosten met zich mee voor de producenten.
"Het betekent dat producenten, vaak in samenwerking met retailers,
systemen moeten opzetten voor een betere verwerking en hergebruik van
elektronisch afval. Ze worden geconfronteerd met een retourstroom aan
producten. Met extra administrarie en milieurapportages", vertelt
Van Dort. Zijn bedrijf neemt de zorg daarvoor over. ReCell heeft een goed
werkend inzamel- en recyclesysteem en know-how binnen het bedrijf als
het gaat om Europese richtlijnen. Hijzelf heeft al een lange carriere
binnen de recyclebranche.
ReCell koopt ook "incourante" voorraden op van de winkeliers.
Oude modellen, die niet meer worden verkocht, en toestellen die zijn ingeruild.
Winkeliers hoeven niet bij te houden hoeveel toestellen ze terugkrijgen,
of hoeveel zware metalen er in de producten verwerkt zijn en ze hoeven
ook geen inzamelingssysteem op te zetten. ReCell neemt dat allemaal over.
"Wij leggen namens de producenten en retailers verantwoording af
aan de overheid."
Als het verkopen van mobieltjes zo'n lucratieve bezigheid is, waarom doen
retailers dat dan niet zeif? "Omdat ik de expertise heb en het netwerk
in de omwikkelingslanden. Ik weet weike afnemers er zijn. Zij niet. De
mobieltjes komen van honderden winkels. Al die toestellen moeten worden
verzameld, geinventariseerd, getest en geadministreerd. Dat kost veel
tijd. Die hebben de retailers vaak niet."
Goede doel
De crux van de bedrijfsvoering is het verzamelen van de oude mobieltjes.
Hoe krijgje mensen zo ver dat ze hun mobieltjes naar ReCell opsturen?
Het antwoord ligt in het goede doel: per ingeleverd toestel schenkt het
bedrijf drieenhalve euro aan maatschappelijke organisaties. "Mensen
werken graag mee als het om goede doelen gaat." Afgelopen zomer is
ReCell samen met Bruna een inzamelingsactie gestart, die minimaal twee
jaar zal lopen. Consumenten kunnen bij Bruna een envelop ophalen, waarin
ze hun oude mobiele telefoon kunnen opsturen naar Recell. Zonder postzegel.
De opbrengst van deze actie gaat naar het Duchenne Parent Project, een
organisarie die kinderen die aan deze spierziekte lijden, wil helpen.
Het project investeert in onderzoeken naar de genezing van Duchenne, werft
fondsen, en wisselt informatie uit.
Consumenten kunnen hun oude toestellen ook bij de winkelkeren TelIMe inleveren,
die ervoor zorgt dat ze bij ReCell terecht komen. Ook bedrijven helpen
met het verzamelen van oude toestellen. Zo is Aegon onder zijn medewerkers
een inzamelingsactie gestart. In ruil voor de oude mobieltjes steunt ReCell
projecten van Habitat, een hulporganisatie die huizen bouwt voor noodlijdende
gezinnen in onder meer India, Mexico, Zambia en El Salvador.
ReCell voert ook de actie 'De blauwe zak'. Elk huishouden krijgt een blauwe
plastic zak in de bus, waarmee mensen hun oude mobiel kunnen opsturen.
De opbrengst gaat naar het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties.
ReCell werkt samen met Siemens, TPG en T-Mobile. Deze bedrijven betalen
de communicatie- en de distributiekosten van de actie. ReCell zorgt voor
de recycling, de logistieke afhandeling en de administratie.
"Deze activiteiten zijn een vorm van maatschappelijk verantwoord
ondernemen. Daarom doen bedrijven met ons mee. Het kweekt goodwill: voor
het publiek en voor hun eigen medewerkers. Het geeft een prettig gevoel
te werken voor een werkgever die maatschappelijk betrokken is", vertelt
Van Dort. Hijzelf krijgt ook een goed gevoel als er wordt samengewerkt
voor een mooi project. "Maar natuurlijk is het ook een marketingstrategie.
Wij zijn een profit-organisarie. Goede doelen kunnen met ons meeliften."
Hij is optimistisch over de toekomst van zijn bedrijf. "ReCell heeft
op de lange rermijn bestaansrecht. De Europese richtlijn eist verplichte
rapportages waar ondernemers niet veel tijd aan willen verliezen. Daar
liggen onze kansen. En er zal altijd nieuwe technologie ontwikkeld worden
voor mobiele telefoontjes, waardoor oude worden afgedankt."
Zijn toekomstdroom is dat de recycling van mobieltjes net zo vanzelfsprekend
wordt als de recycling van glas. "Voor kleding, glas en oud papier
zijn er al inzamelbakken. Het lijkt me geweldig als daar in de toekomst
een bak bij komt voor oude mobiele telefoons."
• Sang-Ah Yoo
|